Home » Interviews » Peter Harkema

Peter Harkema


Wie 'Château Neercanne' zegt, zegt misschien nog wel eerder Peter Harkema dan Camille Oostwegel, want directeur Peter en zijn vrouw Ans verbrachten een groot deel van hun leven daar, op dat on-Nederlandse mooie plekje aan de rand van het dorpje Kanne, letterlijk op de grens met België.
Dit jaar is het 25 jaar geleden dat Peter Harkema, Ans en hun driejarige dochter Marieke hier arriveerden op dit ontegenzeggelijk,
unieke terrassenkasteel met uitzicht op vallei van de Jeker, het bescheiden riviertje dat zich iets verder door Maastricht wurmt om in de Maas uit te komen.

Oostwegel had het buiten toen net van brouwer Brand overgenomen en op 10 september 1984 ging het restaurant formeel open onder de Oostwegel-vlag (toen na Restaurant Kasteel Erenstein en Hotel Brughof het derde project van deze Limburger).
Judith Oostwegel herinnert zich in een eerder interview: “Neercanne was een doodse tent geworden.
Ik herinner me nog hoe blij het personeel was dat wij het overnamen.”

Toen ik hier dertig jaar geleden aankwam om Chateau Neercanne te bekijken, was ik direct onder de indruk van de locatie. Maar mijn hoogzwangere vrouw en ik werden nauwelijks geholpen of zelfs maar aangekeken. Toen wist ik: “dat moet anders”! Want zo’n plek als deze zonder gastvrijheid, dat kan echt niet. Chateau Neercanne is door de jaren heen een volwassen bedrijf geworden. Je bent hier op de meest culinaire berg van Nederland. Wij zijn een beetje een gastvrijheidskameleon: passen ons aan iedere situatie aan.

Wij zijn van iedereen, een monument waar iedereen van mag genieten. Stijlvol en spontaan. Gasten zijn opgelucht dat hier zulke spontane mensen werken. Hier komt natuurlijk wel veel bij kijken. Het begin bovenaan, bij degene die de leiding heeft. Maar ook bij de mensen die bij Chateau Neercanne werken, mensen die zichzelf zijn, de spontaniteit van zichzelf hebben, en niet alleen varen op ervaring. Ik hoor heel vaak: “Ik had niet gedacht dat het hier zo gastvrij, spontaan en open is”. Wij voelen en denken mee met onze gasten. Dat vind ik belangrijk en dat zie je helaas te weinig.

Zelf ben ik van Groningen naar Zuid-Limburg gekomen. Je rijdt hier meteen door de wijngaarden, het voelde alsof ik in het buitenland terechtkwam. Ik woon en werk hier, dus ik doe eigenlijk al dertig jaar vakantiewerk. Ik probeer de historie, emoties en brokjes Limburgse cultuur bij elkaar te houden en er een product van te maken. Het is hier prachtig mooi en Maastricht leeft op door de studenten. Het internationale imago van Maastricht vind ik geweldig, met Franse gebouwen en een Frans imago. Dat flaneren zoals de mensen hier doen, dat zijn wij Groningers helemaal niet gewend. Er zijn natuurlijk al veel kaarten, maar jullie maken hier totaal iets anders van: beleving, emotie, iets wat niemand anders doet.